Made in Holland-mode is over een tijdje weer heel normaal

Nederland is klaar voor het zelf maken van kleding en schoenen. Rol de naaimachines maar het land in, roepen de makers.

Ratelende naaimachines, het ritmisch geknip van een schaar. Kleurige stoffen en patronen op enorme tafels. In Tilburg bevindt zich één van de weinige naaiateliers die Nederland nog rijk is. De meeste ateliers zijn inmiddels weg, het merendeel van de kleding wordt ver over de grens gemaakt. Goedkoper.

Is het ambacht van kleding en schoenen maken daarmee verdwenen uit Nederland? Niet als het aan Irma Borgsteede ligt. Zij is initiator van het waardelabel Fashion Made in Holland (FMH), een bescheiden labeltje -ingenaaid bij de wasvoorschriften. Haar kledinglijn maakt ze in kleine oplages in haar eigen atelier. Borgsteede verbaast zich over de onwetendheid van de consument. “Soms zie je in een label staan: ‘handmade’. Dan denk ik: hoezo ‘handmade’? Alle kleding is met de hand gemaakt. Daarom wordt de productie juist uitbesteed aan lagelonenlanden als India en Bangladesh; er zit veel werk in ieder kledingstuk dat in de winkel hangt.”

Dat uitbesteden is niet altijd zo geweest. In de jaren tachtig schoten in Nederland de naaiateliers juist als paddestoelen uit de grond. Er werkten 20.000 mensen - vooral Turkse illegalen die hier vaak naar toe waren gelokt. De arbeidsomstandigheden waren bijzonder slecht. Dagen van veertien tot zestien uur, zeven dagen per week en voor een uurloon van vijf gulden.

Toenmalig premier Ruud Lubbers maakte in 1993 korte metten met deze wantoestanden. “We gaan de machines confisqueren (…) Dit is de methode waarop justitie zijn tanden laat zien”, zei hij in de Kamer. En hij voegde de daad bij het woord. De illegale ateliers werden bijna allemaal gesloten. Een klein aantal bleef over, waar keurig volgens de cao’s wordt gewerkt.

Duurzaamheid

Kleding uit eigen land past inmiddels juist weer goed in de trend van duurzaamheid. De globale kledingindustrie heeft een zwarte rand, iedereen weet dat die jurk of broek vaak door heel kleine handjes is gemaakt. De vraag naar eerlijke kleding neemt toe, de Sustainable Fashionweek in oktober en een groeiend aantal plaatselijke Fair Fashion Festivals zijn daarvan een mooi voorbeeld.

Kleding, ontworpen en het liefst ook gemaakt in eigen land, sluit aan bij die duurzaamheidsgedachte. FMH-voorvrouw Irma Borgsteede doet er nog een schepje bovenop: “Made in Holland-mode creëert werk voor al die mbo’ers die opgeleid zijn tot naaister, en dat zijn er veel. Je bespaart de vervoerskosten, want je wilt niet weten hoe vaak kleding over de wereld wordt rondgesjouwd voor het in de winkel ligt. De hele productielijn is transparant.”

Ontwerpster Map Renes gaat nog een stap verder. Zij beoogt met haar zalmleren kleding echte circulaire economie: de zalm komt uit zee, wordt opgegeten en van de huid van de zalm maak je kleding. Als die kleding op zijn eind is of als je het zalmleren kledingstuk beu bent, maak je er weer iets anders van. Ook Lily de Krom, directeur van atelier DVS-confectie in Tilburg, weet dat produceren in Nederland prima kan: “Een niet al te ingewikkelde jurk kost zo’n vijftien euro aan productie- en materiaalkosten. Daar moet je toch voldoende winst op kunnen maken.” DVS-confectie doet goede zaken, steeds meer merken laten er hun kleding er maken. Helemaal of voor een deel, want veel Nederlandse merken produceren deels in eigen land en deels over de grens.

Kledingproductie in Nederland

Ton Wilthagen, hoogleraar Arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg, ontwikkelde de Reshoring Tool, waarmee een onderneming kan kijken of het gunstig is de productie naar Nederland te halen. Wilthagen is optimistisch over kledingproductie in Nederland, zelfs op grote schaal. “Het is een omslag in perceptie, omdat de textielindustrie op dramatische wijze uit Nederland is verdwenen. Kleding maken gebeurt hier niet meer, dat is nu het idee.” Maar er is genoeg potentie. Wat de hoogleraar betreft rollen we de naaimachines weer terug het land in. “Alle DNA om hier weer te produceren is er. We hebben de ontwerpers en de kennis. Daarnaast zijn wij goed in het organiseren van arbeid, werken efficiënt en hebben moderne technologie. En intussen gaan de lonen in China ook omhoog. ”

En zo hoeft de prijs van in Nederland gemaakte kleding niet alleen voor de happy few te zijn, al zullen het geen Primarkprijzen worden. “Alle mogelijkheden zijn er, het is alleen een kwestie van aan de juiste knoppen draaien.” Ook Irma Borgsteede ziet de toekomst zonnig in. “We onderschatten het ambacht van het naaien. Over een tijdje is het weer normaal dat kleding in de regio wordt gemaakt.”

Lees het hele artikel op Trouw.nl